De werken van de Heer zijn werkelijk groot!
Ik herinner me dat toen ik "mijn" eerste "Risurrezione" had gelezen, ik tegen mezelf zei: "Dit geloof ik niet!" Ik voel me een wrak en die jongens lachen me hier vanuit die pagina's toe en vertellen hoe Jezus hun leven heeft veranderd!" Sjonge, wat benijdde ik hen! En hier ben ik vandaag, Philipp uit Oostenrijk, gelukkige zoon van de Gemeenschap Cenacolo, op weg naar het Licht.

Als kind was ik vrij levendig en vrolijk, in ieder geval tot het moment dat ik begon te beseffen dat er iets mis was met mijn familie. Ik was erg gehecht aan mijn oudere broer en zus, maar ook zij konden mij niet uitleggen waarom onze ouders altijd ruzie maakten. Zij deden ook fijne dingen samen, maar toch wist ik dat na de vreugde en de eenheid, vroeg of laat, opnieuw de boosheid, het geschreeuw en de verwijten volgden. Mijn broer kon dit niet meer aan en ging weg, en niet zo lang daarna moest ook ik het ouderlijk huis verlaten, samen met mijn moeder en mijn zus. Ik was vijf toen mijn ouders gingen scheiden en ik durf te zeggen dat daar de kwetsuren begonnen zijn die me naar de drugs hebben geleid.

Ik was niet langer oprecht tegen de anderen, ik deed alsof, want ik wou niet dat mijn pijn, mijn verdriet, zou doorwegen op mijn mama die al genoeg afzag. Op school en tegen mijn vrienden vertelde ik veel leugens; zo kon ik verdoezelen wat ik werkelijk meemaakte, want ik schaamde me. Toen mijn moeder opnieuw trouwde, slaagde ik er niet in om mijn stiefvader te accepteren als een nieuwe papa. Ik stal zijn geld om speelgoed en snoep te kopen voor mijn vrienden. Ieder van hen had soortgelijke verhalen als de mijne en ik vermoed dat dit ons met elkaar verbond. Ik was pas elf toen ik al rookte en op mijn veertiende dronk ik dagelijks, en zo kwam ook de dag waarop ik geen "nee" meer kon zeggen tegen de drugs en rookte ik mijn eerste joint.

In de jaren daarna heb ik alle slechte ervaringen meegemaakt die je maar kan meemaken. Ze deden het allemaal en omdat ik zo immens graag wou ontsnappen aan mijn verdriet, verkoos ik me te bewegen in die valse wereld van "party's" en avontuur, waar men in de illusie leefde dat we allemaal één grote familie waren zonder problemen… maar in werkelijkheid waren we een familie van wanhopigen. Ik ging naar de hotelschool, en hiervoor reisde ik door Europa terwijl ik in restaurants en bars werkte, omringd was door alcohol en drugs, heel veel geld verdiende en er nóg meer uitgaf! Maar op een dag werd ik wakker uit die droom van het kwaad, en ik besefte dat ik verslaafd was, in gebreke was, zonder nog iets te kunnen doen zonder drugs om te leven.

Mijn "ingebeelde" familie bestond niet meer: ze waren allemaal verdwenen, één voor één. Ik zat bedolven onder de schulden en was verslaafd aan de heroïne. Mijn meisje, mijn werk, mijn auto en alle materiële dingen waardoor ik me als "een koning zo rijk voelde", was ik kwijt. Ik was alleen. Er volgden jaren van therapie, behandelingen, psychiaters, psychologen, vallen en hervallen. Ik moest stoppen, maar ergens in mij wilde ik dat niet want het leek alsof de drugs het enige waren die me zekerheid en troost gaven aan mijn innerlijke wereld die leeg, verwoest en verlaten was. Ik wou zó graag deze innerlijke eenzaamheid overwinnen dat ik er nog eerder voor koos om te sterven dan om door te gaan met te "creperen" in een leven zonder betekenis, zonder hoop.

Nadat ik gearresteerd en naar de psychiatrie was gebracht, kwam mijn moeder op een dag op bezoek en vertelde ze me over de Gemeenschap. Ik had niets te verliezen dus ben ik die jongens van Moeder Elvira gaan opzoeken. Na het eerste intakegesprek ben ik beginnen te huilen: ik was meer dood dan levend, ik wist niet meer wat te doen en in het meest wanhopige moment van mijn leven leerde ik iemand  kennen die naar me luisterde, me begreep, naar me glimlachte en me zei: "Maak je geen zorgen, jij kunt het ook! ".

Het begin van mijn weg was niet gemakkelijk. Niet voor mezelf maar nog minder voor mijn "beschermengelen", de jongens die voor me zorgden, en die ik erg heb laten afzien door mijn trots en mijn foutief gedrag. Ondanks al mijn armoede hielden zij van me, leerden zij me om te leven, en ook om te bidden. In mijn relatie met God heb ik ingezien dat ik niet langer naar de anderen moest kijken vanuit wie ik niet was. Het was niet belangrijk wie ik verondersteld werd te zijn of wat anderen van me vonden, maar wel wie ik echt was. De God die mij geschapen heeft, kende mij en hield reeds van bij het begin van me, zoals ik was.

In de eenvoud van het dagelijks leven heb ik begrepen dat het weinig kost om gelukkig te zijn. Het gaf me troost te weten dat ik niet langer alleen ben om de moeilijkheden van het leven tegemoet te gaan, maar dat er ook anderen zijn die, net als ik, elke dag zwoegen en strijden, om geholpen te worden en op weg te gaan. Ik ontdekte opnieuw de waarde van werk dat goed gedaan wordt, van een heerlijk bereidde maaltijd die ik samen met mijn nieuwe familie mag opeten, van een voetbalwedstrijd onder vrienden. Ik ontdekte opnieuw de vreugde die ik als kind had meegemaakt.

Ik ben tot het besef gekomen dat de belangrijkste dingen van het leven niet kunnen gekocht worden met geld, maar je "geschonken" worden door te lijden voor het goede, door een glimlach of een knuffel te geven. In het geven van oprechte vriendschap aan een broeder in nood vind je meer vreugde dan in eerder welk materieel goed: hoe meer je geeft in liefde, hoe meer vreugde er naar je toekomt! Hoe mooi!

In mijn vriendschap met Jezus vond ik alles wat ik altijd had gehoopt te vinden bij een vriend. Hij is er, Hij houdt van mij en Hij zal me nooit verlaten, en dat geeft me een rust die ik nooit eerder ervaren heb. Vandaag ben ik een gelukkig man want dankzij de Gemeenschap Cenacolo is mijn leven opnieuw ten goede gekeerd, is er hoop in mijn hart en ben ik er heilig van overtuigd dat God ook voor mij een fantastisch plan heeft. Philipp