Tiziano

 tiziano

Mijn naam is Tiziano, ik ben zevenentwintig en ik ben vandaag een "gelukkige" zondaar. Toen ik nog klein was, ging ik naar een school ver weg van huis en toen ik thuiskwam, was ik heel dikwijls de hele middag alleen. Zo werd ik heel verlegen, sloot ik me op in mezelf en had ik het moeilijk om relaties op te bouwen, en dit alles heeft ertoe geleid dat ik "verkeerde" vrienden koos.

Mijn vader werkte vele uren per dag, en toen hij thuiskwam wou hij dat ik hem ging helpen met het werk op het land. Van jongs af aan was ik heel levendig, maar ik wist niet wat de waarde was van het offer, dus ging ik mee naar het veld om te rennen en plezier te hebben, maar toen ik moest werken, verveelde ik me, waardoor er woede en frustratie groeide in mijn hart.

Tijdens mijn puberteit was ik erg gehecht aan mijn grootouders en ik vergezelde hen elke zondag naar de mis. Toen mijn grootvader stierf, ging mijn grootmoeder nog steeds naar de mis, maar met andere mensen, niet meer met mij, en langzaamaan nam ik afstand van de Kerk. Hoe ouder ik werd, hoe groter ook de woede in mij.

Toen ik 14 was, begon ik in het geheim te drinken en te roken. Ik werkte en het contact met geld, niet wetende hoe ik er moest mee omgaan, werd mijn val: elke dag begon ik het stelen, en zo verviel ik al heel snel en diep in de duisternis. In een paar jaar verloor ik mijn baan en mijn vrienden, en begon ik heroïne te gebruiken; ik had de zin om te leven verloren: ik “ontwaakte” in een ziekenhuisbed na een overdosis, had minstens 1 keer per week meer dan 40 graden koorts, huilde van verdriet, maakte een immense eenzaamheid door en 's ochtends, als ik wakker werd, had ik slecht één gedachte: waar vind ik geld.

Nu zie ik in dit alles dat er in mij nog steeds een klein vlammetje van hoop was, dat de Heer het nooit heeft laten gebeuren dat ik van alles afgesloten was: in die totale duisternis gaf Hij me de kracht om mijn ouders om hulp te vragen, hen op de hoogte te brengen van alles wat ik meemaakte. Ze wisten er al veel van, maar het leek wel of ze aan het wachten waren op het moment dat ik de eerste stap zette om geholpen te worden. Toen ze zagen dat het niet beter maar slechter met me ging, begrepen ze dat dit alles hun eigen kracht te boven ging, en op dat moment is mijn moeder, na al veel jaren dat ze geen kerk meer binnengegaan was, beginnen bidden tot Onze Lieve Vrouw en brandde ze kaarsen voor mij .

In dat kruis van lijden en wanhoop van een zoon die zichzelf elke dag een beetje meer liet doodgaan, toonde de Heer een pad van licht. Voor het eerst sprak mijn vader schaamteloos over mijn situatie tegen kennissen van de familie, mensen die heel dicht bij de Gemeenschap stonden omdat ze een dochter hadden die daar al meerdere jaren op weg was. Mijn vader praatte met me over deze plek, maar ik had veel vrienden die ouder waren dan ik, die al verschillende gemeenschappen hadden bezocht en verlaten zonder resultaat, dus het was moeilijk voor mij om in dat voorstel te geloven.

Ik had echter niet veel keus want mijn ouders waren vastberaden, dus ik begon wekelijks deel te nemen aan de intakegesprekken. Men vertelde me over jongens die al jaren op weg waren in die Gemeenschap, en de eenvoud waarmee ze getuigden over hun dagelijks leven, trof me enorm. De ernst en de concreetheid van de Gemeenschap en het horen van een gezond en zuiver leven, zorgde ervoor dat ik meteen begreep dat het een andere plaats was dan de andere “locaties”: ik voelde me begrepen en geaccepteerd. In mij groeide alsmaar meer het verlangen om aan deze nieuwe reis te beginnen, er was iets dat me sterker aantrok dan mijn problemen en zorgen, en dus vertrok ik naar de Gemeenschap.

Ik was drieëntwintig, jong aan de buitenkant maar oud vanbinnen, zonder fysieke kracht, vol verdriet, verwarring en met zoveel maskers. Ik wist niet meer wie ik was. Ik herinner me nu nog altijd dat er een priester van de Gemeenschap naar de fraterniteit kwam waar ik begonnen was met mijn “reis”, om de Mis te vieren. Eén en al enthousiasme vroeg hij ons om het volgende gebed te proberen zeggen tot God,  zelfs als we de betekenis niet begrepen: "Heer, openbaar U!”. Dus ook al begreep ik dit gebed niet, toch herhaalde ik telkens weer deze woorden in mijn hart: "Heer, openbaar U; Ik heb U nodig! ". En in mij groeide de wens om beter en waarachtig te worden;

Ik begon de jongens te vertrouwen die al meerdere jaren op weg waren in de Gemeenschap, die zich geheel vrijgevig gaven, in dienstbaarheid en vriendschap, de jongens die alles met vertrouwen en enthousiasme beleefden; om het met weinig woorden te zeggen: die de Gemeenschap liefhadden.

Na slechts enkele maanden begon ik elke nacht naar de kapel te gaan, me neerzettend vóór het heilig Sacrament van Jezus. In het begin wist ik niet hoe ik moest bidden en dus reciteerde ik de Tientjes van de Rozenkrans en vroeg ik aan Onze Lieve Vrouw om me te leren bidden.

Toen ik de moed vond, deelde ik alles wat ik beleefde met dat "stukje” Brood dat iets mysterieus was voor me, maar voor de eerste keer in mijn leven voelde ik na zoveel jaren een innerlijke vrede. Heel dikwijls was ik aan het huilen in de kapel  terwijl ik mijn leven aan Hem toevertrouwde. Toen ik merkte dat ik er in slaagde om mijn leven met meer wilskracht, sereniteit en vertrouwen te beleven, begreep ik het belang van gebed.

Vandaag erken ik dat de Heer zoveel wonden heeft genezen, mijn gebed is minder zelfzuchtig, het ontbreekt me niet aan moeilijkheden, maar er is meer vrijheid en sereniteit als ik ze onder ogen kom. De zonden waarin ik val zijn vaak dezelfde, maar door Barmhartigheid te ontvangen, heb ik geleerd mezelf te verwelkomen met mijn armoede en zwakheid, met de levende hoop en de wil om een ​​betere man te worden.

Ik heb ontdekt dat ware vreugde komt als ik stop met aan mezelf te denken en ik me in eenvoud geef aan de mensen waar God me naast zet, en met mijn heldere en herontdekte leven kan ook ik die "deur van Barmhartigheid“ zijn voor de broer die lijdt en die de zin van het leven nog niet heeft (terug)gevonden.

Ik wil Moeder Elvira en de Gemeenschap heel erg bedanken, omdat het vertrouwen en de liefde die ik van hen ontvang me een geliefd kind laten voelen en me de kracht geven om mezelf te blijven geven aan anderen. Het is geweldig om te zien dat ik nooit ophoud met bij te leren, en ik wil verder ontdekken wat God voor me heeft voorbereid! Dankjewel! TIZIANO