Christian

Christian


Ik wil heel graag mijn verhaal delen met jullie en ik ben erg blij dat ik mag getuigen over mijn verrijzenis. Mijn naam is Christian, ik ben drieëndertig jaar en ik woon al een poosje in de Gemeenschap Cenacolo. Ik kom uit een zeer eenvoudige familie. Aan de ene kant had ik mijn moeder die zich enorm inzette opdat ik niets zou missen van de noodzakelijke materiële dingen en die me tevens de belangrijkste waarden van het leven doorgaf: beleefd zijn, mijn naaste respecteren, tevreden en dankbaar zijn voor datgene dat ik had. Aan de andere kant had ik een vader met veel problemen op werkvlak. Deze brachten hem ertoe om de hele dag aan de bar te hangen om te drinken, met als gevolg dat hij alcoholist is geworden. Ik herinner me de vele discussies tussen mijn moeder en vader, die haar bovendien fysiek mishandelde. Daarom heeft mijn moeder, toen ik acht jaar was, samen met mij het huis verlaten en zijn wij op ons eentje een nieuw leven begonnen.

Mijn moeder werkte veel en was amper thuis; terwijl ik opgroeide, veranderde mijn ontevredenheid in grote woede: dit uitte zich aanvankelijk door niet meer te luisteren naar mijn moeder en later door meer en meer contact te hebben met verkeerd gezelschap. Ik begon te drinken en mijn eerste joints te roken om bij de groep te horen en om me goed te voelen in het gezelschap van anderen, maar eigenlijk deed ik dit vooral om mijn innerlijke pijn niet meer te voelen.

Op veertienjarige leeftijd kwam ik in contact met de heroïne en dat veranderde mijn leven. Elke dag dat ik gebruikte leek het in eerste instantie dat ik opnieuw geboren werd, maar in werkelijkheid begon toen mijn lijdensweg: ik leefde op straat met alle daaruit voortvloeiende problemen. Een paar jaar later ging ik naar het "Sert", de gezondheidszorg voor mensen die verslaafd zijn. Zij stelden me een gemeenschap voor waar ik wel degelijk mijn weg ben begonnen, maar die niet heb afgerond want in mijn hart had ik alle hoop om te veranderen verloren. Toen ik vertrok uit deze gemeenschap heb ik nog een jaar op straat en/of in slaapzalen voor daklozen doorgebracht, tot ik op een dag de Cenacolo Gemeenschap leerde kennen dankzij mijn moeder die nooit de hoop had opgegeven om mij te zien veranderen.

Ik herinner me nog dat ik naar mijn eerste intakegesprekken ging: ik was ervan overtuigd dat zij niets voor me zouden kunnen doen. Gebed, vriendschap, werk, niets van dit alles maakte deel uit van mijn leven. Maar iets in mij zei dat ik het moest proberen. En dus begon ik mijn weg in de Gemeenschap met veel strubbelingen, maar na een poosje begon ik de eerste kleine veranderingen te zien. Mijn "beschermengel", iemand die veel jonger was dan ikzelf en in mijn beginperiode constant aan mijn zijde stond, is me altijd nabij gebleven en ik heb altijd zijn goedheid  mogen voelen. Ik zag een belangeloze vriendschap: de enige echte belangstelling was dat hij het beste wou voor mij en mijn leven, en dit heeft me de kracht gegeven om door te gaan.

Een sterk moment van "verrijzenis" was toen ik twee maanden op weg was: op dat moment deed ik veel moeite om te werken, te praten, te bidden en iets positiefs te zien. De gedachten van de buitenwereld, van de drugs en van alle negatieve herinneringen waren me inwendig aan het "opvreten". Nadat ik hierover met de verantwoordelijke van de fraterniteit had gesproken, bood hij me aan om samen, 's nachts, een noveen te bidden tot de heilige Aartsengel Michael, om op die manier het kwaad te bestrijden dat me weghield van het Licht. Ik herinner me dat ik het heel moeilijk had om vol te houden, ervan overtuigd zijnde dat dit tot niets zou dienen, maar het feit dat ik elke nacht deze broer zag bidden met mij, gaf mij voor het eerst de zekerheid dat iemand me bijstond en me enorm graag zag op een eenvoudige maar echte manier: door voor en met mij te bidden.

Op het einde van de noveen slaakte ik een zucht van verlichting: ik was eenvoudigweg veel rustiger geworden. Ik heb deze innerlijke crisis weten te overwinnen door op een heel concrete manier toegang te krijgen tot het gebed. En daardoor kan ik nu zeggen: "Jezus is aanwezig in elk moment van mijn leven." Ik heb nog een hele weg af te leggen, maar in mijn hart maak ik elke dag mijn verrijzenis mee, ik kan ze aanraken met mijn hand, zowel in me als om me heen.

Ik dank de Gemeenschap voor het vertrouwen dat ze in me heeft: deze liefde, die in me gelooft, maakt dat er veel volwassen verlangens ontstaan in mijn hart. Ik dank heel bijzonder de Heer en Maria die me begeleiden en me elke dag bij de hand nemen. Christian