William

william


Ik kom uit een traditioneel, christelijk gezin dat mooie maar ook moeilijke momenten heeft gekend. Mijn naam is William, en als ik aan mijn leven terugdenk, dan herinner ik me dat er heel dikwijls ruzie was tussen mijn ouders toen ik nog klein was. Terwijl mijn zus door fel te rebelleren liet zien dat zij hier erg onder leed, probeerde ik alles onder controle te houden zodat niemand kon zien hoe ellendig ik me eigenlijk voelde. Mijn tienerjaren verliepen ietwat complex: ik voerde een strijd tussen wat veel van mijn leeftijdsgenoten deden, de eerste joints, de  kicks opzoeken... en op het goede pad blijven. Dit bracht mij ertoe dat ik veel momenten van verdriet en diepe eenzaamheid heb gekend, en nu begrijp ik dat dit me geen goed heeft gedaan.

Hoogte- en dieptepunten wisselden elkaar af, ik had mijn militaire dienst gedaan en ik was vele zaken die ik meemaakte beu: ik nam geen drugs, haalde geen grote stommiteiten uit en had een familie die me steunde en beminde… en toch was ik niet gelukkig. Er ontbrak iets in mijn leven. Dankzij dat extra "duwtje" van een priester-vriend, besloot ik op mezelf te gaan wonen in een andere stad en een nieuw hoofdstuk in mijn leven te beginnen. Het was een belangrijke stap die ik toen gezet heb en daardoor heb ik heel veel mooie dingen beleefd: ik had een appartement, een baan, een vriendin. Alles was heel normaal geworden. Een normaliteit die vele angsten en onzekerheden verborg die met de jaren nog toenamen.

Vlak voor mijn militaire dienst kwam ik nader tot God: het geloof was altijd wel ergens aanwezig, maar dat was in periodes en afhankelijk van de situatie. Ik was bang om compleet eerlijk te zijn met mezelf, en er waren veel wereldse zaken waar ik van hield. Door de angst om te laten zien wie ik werkelijk was, ook al waren er om me heen veel mensen die echt van me hielden, voelde ik me enorm alleen. Ik was bijna drieëndertig, en in één maand was ik zowel mijn baan als mijn vriendin kwijt. Ik voelde dat God me zei: "Het is tijd om halt te houden en je leven op punt te stellen".

Het was in die periode dat ik de Gemeenschap leerde kennen en dat was even mooi als hard: toen ik daar aankwam, voelde ik me niet wanhopig, het was niet mijn "laatste redmiddel". Ik dacht dat ik alleen een beetje tijd nodig had om mijn leven terug op de rails te krijgen; misschien met een nieuwe baan en iemand anders aan mijn zijde. Ik was boos, want eigenlijk begreep ik niet helemaal wat ik deed in een Gemeenschap waar de meesten "verslaafden" waren.

Ik had enkel sigaretten gerookt en dacht dat ik, al met al, een normaal leven had geleid. Maar ik had het mis! Een maand later voelde ik heel sterk in mijn hart dat de Gemeenschap geen plaats is voor drugsverslaafden, maar dé plek om de smaak en de schoonheid van het echte leven terug te vinden. Moeder Elvira vroeg me: "Wil je God echt leren kennen, ja of nee?". Ik schrok hier enorm van, maar op hetzelfde moment werd ik nieuwsgierig door wat ik zag en meemaakte in die dagen. Al die jongens om me heen, in wiens verleden veel meer lijden voorkwam dan in het mijne, leken me veel gelukkiger dan ik.

Het parcours dat de Gemeenschap me voorstelde was​​ veeleisend, misschien zelfs te veeleisend, maar ik heb de indruk dat God me daar "gehouden" heeft. Ik had tijd nodig om de verwarring waarin ik me bevond tot rust te laten komen: ik had veel vragen en weinig antwoorden, maar beetje bij beetje zijn de antwoorden gekomen. Ik begon orde op zaken te stellen en heel mijn geschiedenis in alle rust te overzien. Het eenvoudige leven van elke dag hielp om de waarheid over mezelf te ontdekken, en ik leerde zowel mijn talenten als mijn tekorten aanvaarden.

Ik ontdekte wat de echte schat is die de Gemeenschap me geeft: ze leert mij om van mezelf en mijn broeders te houden. Ik begreep dat ik geen "superman" moet zijn. In het leven mag je ook fouten maken en door dit inzicht kon ik beetje bij beetje al die maskers loslaten die ik in het verleden had gedragen. In vrijheid en waarheid leven maakt mijn leven veel mooier. Het is niet altijd de "lente" die ik beleef en ik sta niet altijd "open" voor het nieuwe dat God mij aanbiedt op mijn weg, maar ik zie de veranderingen in mijn manier van leven, denken en handelen en dat geeft me vreugde en hoop.

Het zijn kleine stapjes, eenvoudige dingen, zoals 's ochtends met een glimlach "goeiemorgen" zeggen aan mijn broeders, maar dit eenvoudige gebaar maakt dat ik me goed voel. Het is misschien maar een kleinigheid, maar ik word alsmaar beter in deze kleine alledaagse gebaren. Enige tijd geleden hoorde ik tijdens een homilie dat we niet in de Gemeenschap zijn om geen kwaad meer te doen, maar om te leren om goed te doen en goed te leven. Ik weet niet waarom, maar deze zin raakte me diep en in een flits zag ik alle situaties waarin ik nog middelmatig leef.

De Gemeenschap helpt me los te komen van de middelmatigheid waarin ik leefde, me tevreden stellend met de normen die de wereld ons voorstelt maar die me verdrietig maakten. Vandaag heb ik het gevoel dat ik geroepen ben tot iets meer: ik wil en ik mag elke dag proberen om een stap voorwaarts te zetten in de richting van het goede, van God, van de anderen. Ik dank de Heer omdat Hij me, door me kennis te laten maken met deze weg, nog "iets meer" liet ontdekken dan waarnaar ik op zoek was: een leven dat leeft en zich ten dienste stelt van het goede, van God. William