"Genade en vrede voor u.."

Donderdag 13 oktober:

Eerste lezing
Efeze 1,1-10
Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Efeze
Van Paulus, door Gods wil apostel van Christus Jezus, aan de heiligen en gelovigen in Christus Jezus. Genade en vrede voor u vanwege God onze Vader en de Heer Jezus Christus! Gezegend is God, de Vader van onze Heer Jezus Christus, die ons in de hemelen in Christus heeft gezegend met elke geestelijke zegen. In Hem heeft Hij ons uitverkoren voor de grondleg­ging der wereld, om heilig en vlekkeloos te zijn voor zijn aangezicht. In liefde heeft Hij ons voorbestemd zijn kinderen te worden door Jezus Christus, naar het welbehagen van zijn wil, tot lof van de heerlijkheid van zijn genade. Hiermee heeft Hij ons begiftigd in de Geliefde, in wie wij de verlos­sing hebben door zijn bloed, de vergeving van de zonden, dank zij de rijkdom van zijn genade. Die heeft Hij ons meegedeeld als een overvloed van wijsheid en inzicht. Want Hij heeft ons zijn geheim raadsbesluit doen kennen, de beslis­sing die Hij in Christus had genomen, ter verwezenlij­king van de volheid der tijden: het heelal in Christus onder een hoofd te brengen, alle wezens in de hemelen en alle wezens op aarde, in Hem.
Woord van God

Evangelie Lucas 11,47-54
Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
In die tijd zei Jezus: Wee u! Gij bouwt de graven van de profeten, maar uw vaderen hebben hen gedood. Hiermee legt gij getuigenis af dat gij instemt met de werken van uw vaderen, want zij doodden hen en gij bouwt hun graven. Daarom ook heeft Gods wijsheid gezegd: Ik zal profeten en afgezanten tot hen zenden, maar sommigen van hen zullen zij doden en vervolgen, zodat dit geslacht verantwoordelijk gesteld zal worden voor het bloed van alle profeten, dat vergoten is vanaf de grondves­ting der wereld, vanaf het bloed van Abel tot het bloed van Zacharia, die gedood werd tussen het altaar en het tempelgebouw. Ja, Ik zeg u, dit geslacht zal verantwoorde­lijk zijn! Gij hebt de sleutel van de kennis weggeno­men. Zelf zijt ge niet binnen­gegaan, en hun die het wilden, hebt ge het belet.' Toen Hij naar buiten kwam, begonnen de schriftgeleerden en de Farizeeën, hevig op Hem gebeten, Hem allerlei netelige vragen te stellen met de heimelijke bedoeling Hem op grond van de een of andere uitlating te kunnen vangen.
Woord van de Heer