Dario ed Elizabeth


Hallo allemaal, wij zijn Dario en Elizabeth, wij wonen al dertien jaar in de Gemeenschap als echtgenoten en van bij de start (van onze weg in de Gemeenschap) hebben we ons leven in de missies gedeeld met de straatkinderen, met de weesjes en zij die achtergelaten werden. Eerst in Mexico en later in Brazilië.

Ik, Dario, was, net zoals veel andere wanhopige jongeren, een stijfkop en toen men me aanbood om naar Gemeenschap te gaan, wou ik daar niets van weten. Ik leefde op straat en elke keer opnieuw moest ik me naar de intakegesprekken “slepen” waar de verantwoordelijken me telkens in veel slechtere omstandigheden terugzagen. Dit werd zo erg dat zij, ook al was ik niet van plan om naar de Gemeenschap te gaan, tegen elkaar zeiden: “Laten we hem de toestemming geven om zijn weg te beginnen in de Gemeenschap, want doen we dit niet, dan zien we hem hier nooit meer terug!”.

Ik had niet veel grote ambities in mijn leven, echt, ik had die helemaal niet. Zelfs nu nog vraag ik me af hoe het komt dat ik, na twintig jaar, nog steeds in de Gemeenschap Cenacolo ben en, ook al vraag ik het me soms af, ergens weet ik wel het antwoord: omdat er een kracht is die ik in de Gemeenschap heb gevonden, een licht dat me vastgreep en me hier heeft gehouden.

Ik heb mijn weg in de Gemeenschap afgelegd zoals veel andere jongens, maar het keerpunt maakte ik mee in Medjugorje, waar Moeder Elvira mij naartoe had gestuurd als een "laatste redmiddel", en dáár is er iets gebeurd: mijn hart heeft zich geopend. Ik had niet direct de bijzondere wens om naar de missies te gaan, maar het was opnieuw Moeder Elvira die me “gevist” (lees: uitgekozen) had en me naar Brazilië stuurde met de eerste groep van missionarissen van het Cenacolo.

Het was een zeer krachtige ervaring: ik voelde me vervuld, op mijn plaats. Ik heb zestien jaar samengewoond met straatkinderen en, vermoedelijk ontstond hier, door dit samenleven met kinderen die nog grotere problemen hadden dan ik ooit gehad heb, met onvoorstelbare verhalen, het verlangen om een ​​gezin te vormen. Tijdens deze zendingsreis in Mexico heb ik Elisabeth leren kennen die vandaag mijn vrouw is!

Zij, op haar beurt, ontmoette de Gemeenschap op een moment dat zij op zoek was naar een diepere betekenis in haar leven. Het gemeenschapsleven “beviel” ons, het samenleven bij de kinderen nog meer, het altijd drukke missieleven, waar zoveel te doen was… we beseften dit ten volle en zodoende hebben we besloten om te trouwen en in de Gemeenschap te blijven als gezin, terwijl we ons helemaal aan Haar toevertrouwden.

We hebben drie kinderen, Francesca, Andrei en Juan Pablo, en voor ons is het een groot geschenk dat wij het geluk hebben gehad om ons gezinsleven te delen met de kinderen van de missies. Onze kinderen zijn er geboren en zijn daardoor in alle eenvoud opgegroeid: bijvoorbeeld, ze spelen met zowat alles, met een stuk hout, een paar stenen, ze klimmen op en neer in de bomen. We weten dat vandaag de dag veel kinderen deze eenvoudige en gezonde manier van spelen niet meer kennen; voor deze en vele andere redenen zijn wij van mening dat het leven in Gemeenschap, als een gezin, een groot geschenk is.

Wij geloven dat het niet makkelijk is om de echte levenswaarden te beleven in de wereld, vooral omdat men zich alleen voelt. De bescherming die we hier voelen, de hulp van de anderen, de oproep tot gebed, de oproep tot vriendschap, ook bij de kinderen, zijn waarden die we op ons eentje niet op zo’n indringende wijze zouden kunnen overbrengen hebben. Het zijn de vruchten en geschenken van het leven in Gemeenschap waar we niet naast kunnen kijken en we erkennen ze als zodanig.

Net als bij alle andere families, beginnen ook onze kinderen, die nu 12, 10 en 8 jaar zijn, die naar school gaan en geconfronteerd worden met het leven en met anderen, onze fouten te zien. Bijgevolg, wanneer er thuis niet langer een rustige en kalme "zee" is, maar een kleine storm is opgestoken, dan nemen we een moment van “revisione”, van “herziening van het leven”, zoals we van Moeder Elvira geleerd hebben: elk brengt zijn problemen en moeilijkheden onder woorden, onze kinderen vertellen ons wat onze fouten zijn, we accepteren die om dan met zijn allen helemaal opnieuw te beginnen, vanuit de vergeving en de inzet om te groeien.

Vast en zeker komt de dag eraan waarop onze kinderen hun eigen weg zullen bepalen, maar we zijn ervan overtuigd dat de jaren die zij heel intens in het goede hebben doorgemaakt - want het Gemeenschapsleven is sereen, maar veeleisend - hen zullen bijblijven als een schat voor het leven.

Onze jongste zoon, Juan Pablo, heeft een bijzondere “geschiedenis”: tijdens de zwangerschap vroeg de gynaecoloog aan Elizabeth om enkele onderzoeken te doen, omdat het, gezien haar leeftijd, een riskante zwangerschap kon zijn. Volgens hun voorspellingen zou Juan Pablo aan "het syndroom van Down" lijden. Ze vroegen ons om een ​​grondiger examen te laten doen om nadien te beslissen of we hem al dan niet zouden houden. Maar wij hadden, wat er ook zou gebeuren, toch al onze beslissing genomen:  wij geloven dat ieder leven, hoe dan ook, een geschenk is van God dat wij mogen verwelkomen.

Toen Juan Pablo werd geboren, was de dokter enorm verrast toen hij onze gezonde baby zag en hij begon zowaar te huilen van ontroering en emoties. We beleven elke dag enorm veel vreugden, en de gaven die we ontvangen zijn nog talrijker: ​​we willen de Heer bedanken voor deze "overvloed" van genaden die dit leven in geloof ons geeft. Dario en Elizabeth

Getuigenis overgenomen uit het tijdschrift "Risurrezione”