Ik ben blij dat ik mijn levenservaring met jullie mag delen. Mijn naam is Tecla en ik ben al enkele jaren op weg in de Gemeenschap; het was voornamelijk omwille van drugs- en alcoholproblemen dat ik destijds aan de deuren van het Cenacolo aanklopte. In mijn adolescentie begon ik met mijn eerste joints, dan cocaïne en tenslotte heroïne. Ik verviel alsmaar meer in verdriet en duisternis. Toen ik naar de Gemeenschap ging dacht ik dat ik me drogeerde omdat ik niet in staat was om iets anders te doen, maar nu weet ik dat de drugs een manier waren om te ontsnappen aan familiale problemen, om te ontsnappen aan mezelf en mijn geslotenheid en verlegenheid.

Ik groeide op in een normaal gezin, het ontbrak me aan niets, en ik was een rustig en sereen meisje. Maar dan, groter wordende, voelde ik me steeds eenzamer door het feit dat mijn ouders amper aanwezig waren, altijd druk benomen door hun werk, en door de vele ruzies tussen hen die uiteindelijk tot een echtscheiding hebben geleid. Ik verloor het geloof in ons gezin en in wat ze mij verteld hadden, en zo groeide er in mij een grote woede jegens hen en tegen al diegenen die me "leuke" dingen voorstelden; en zo sloot ik me alsmaar meer af van diegenen die van me hielden. Ik begon mijn pijn en verdriet te onderdrukken, te "smoren", door drugs en alcohol tijdens mijn avondlijke uitstapjes buitenshuis. Het werd steeds erger, ik kon niet meer zonder. Ik verloor elke vorm van zelfrespect en schaamde me meer en meer voor wat ik mijn familie aandeed.

Na verschillende pogingen om alleen uit deze hel te geraken, ontmoette ik de Gemeenschap. Ik had geen enkel idee wat de weg die ik zou afleggen inhield, maar binnen in me voelde ik de grote zekerheid dat dit de juiste plek voor me was. Het was in het begin heel moeilijk, echt zwaar, want mijn levenswil was quasi totaal vernietigd. Het leek of ik sliep, ik was heel verward… ik wist niet meer wie ik was. Ik had die vreemde kledij niet meer die me onderscheidde van de anderen, geen alcohol meer die ervoor zorgde dat ik makkelijk praatte, had niet langer die valse zekerheid die ik me eigen had gemaakt om de wereld en de anderen te behagen…

Nu was ik eindelijk mezelf, ik was "ik", maar ik kende mezelf niet, ik hield niet van mezelf. Mijn zusjes van de fraterniteit waar ik woonde hebben me geholpen om datgene dat ik doormaakte een "naam te geven", ze hebben me geholpen om mijn armoede, mijn kleinheid, te zien en te erkennen, en zij leerden me om dit alles te accepteren en ertegen te vechten. Het was me verteld dat ze in de Gemeenschap bidden, maar het was heel vreemd voor me om te horen spreken over het "concrete gebed". Ik heb geleerd dat het gebed niet enkel een privé-moment is met God, maar dat het zich bewerkstelligt in het houden van, in de wederzijdse vergeving, in het leren delen over de vreugde en het verdriet dat ik beleef. Ik heb de verrezen Jezus ontdekt in heel veel kleine gebaren van concrete liefde die me de kracht hebben gegeven om opnieuw iemand te durven vertrouwen.

Vandaag woon ik in een fraterniteit waar er families, kinderen, jongens en meisjes zijn, en door geconfronteerd te worden met dit leven om me heen zie ik hoeveel ik nog moet groeien in bescheidenheid, in goedheid en geduld, in vergevingsgezindheid, en welke weg ik nog af te leggen heb om een vrouw te worden die vanuit trouw kan dienen en beminnen.

Maar toch ben ik blij voor alle veranderingen die reeds hebben plaatsgevonden in mezelf en mijn familie. Neem nu mijn broer: onze relatie is totaal veranderd! Nu kunnen we met elkaar delen over wat we ervaren, kunnen we elkaar omarmen en zeggen dat we mekaar graag zien! En dat is al een grote overwinning voor me.

Ik ken nu een krachtig wapen om de dagelijkse moeilijkheden tegemoet te gaan, met name het gebed en Iemand aan wie ik ze kan toevertrouwen: Jezus! Toen ik innerlijk "dood" was, liet één enkele gedachte aan de toekomst me al de grootste angsten doorstaan, ik zag alles zwart; maar nu, als ik aan de toekomst denk, dan zie ik vele wegen om te bewandelen, wegen vol licht en hoop!

Ik ben mijn moeder enorm dankbaar omdat zij van het leven hield, omdat zij elk moment voor mij gestreden en geleden heeft. Ik wil mijn bijzondere dank betuigen aan Maria voor de eerste jaren van mijn leven in de Gemeenschap die ik doorgemaakt heb in Lourdes, dichtbij Haar. Bij alles wat moeilijk was hebt U me bij de hand genomen, hebt U me de kracht gegeven om door te gaan en me enorm getroost in de moeilijkste momenten. Vandaag ben ik zo gelukkig dat ik leef! Tecla