Mijn naam is Denis, ik ben tweeëntwintig jaar en ik kom uit Slowakije. Ik ben blij dat ik met jullie de vreugde mag delen van mijn teruggevonden leven in de Gemeenschap. Ik ben opgegroeid in een gezin waar mijn broer en ik altijd veel aandacht hebben gekregen: we hadden alles wat we nodig hadden. Mijn vader is leerkracht en samen met mijn moeder vond hij het heel belangrijk dat wij een goede opleiding kregen. Mijn ouders, die hun jeugd onder het communistische regime hadden doorgebracht, wilden ons zoveel mogelijk kansen alsook materiële zaken geven waar zij zelf niet van hadden kunnen genieten: van jongs af aan kon ik aan sport doen, op vakantie gaan in verschillende landen, en brachten mijn ouders me altijd met de auto naar school... Ik had alles waarvan mijn klasgenoten slechts konden dromen. Hierdoor voelde ik me heel vaak anders dan de anderen en was het heel moeilijk om met hen te delen over die mooie ervaringen, want ik voelde me niet begrepen.

In het belang van mijn sport moest ik een jaar van de basisschool overslaan zodat ik kon worden opgenomen in het team: ik ging dus direct van de tweede naar de vierde klas. Voor mijn ouders was dit een reden om trots te zijn: ze vergeleken me dikwijls met de anderen, dat ik het zoveel beter deed en hoe goed ik was. Maar voor mezelf was het heel moeilijk: zowel in de klas als in het sportteam moest ik constant samenzijn met jongens die veel groter waren dan mezelf en ik kampte steeds meer met een minderwaardigheidsgevoel. Ik schaamde me omdat mijn ouders me elke dag van school kwamen afhalen en naar elke training kwamen kijken. Op school onderging ik veel vernederingen en werd ik vaak gepest, maar thuis zei ik daar niets over, uit angst en schaamte. Ik was bang om alleen te zijn, zonder vrienden, en dus verdoezelde ik de waarheid, vertelde ik mijn eerste leugens en maakte de eerste verkeerde keuzes.

Op de middelbare school nam ik het besluit om niet meer te lijden in mijn relatie tot de anderen en daarom zette ik steeds een "masker" op. Ik wilde in het middelpunt van de belangstelling staan, wilde niet meer die ene zijn die altijd vernederd werd; ik wou sterk zijn, niet zwak. Ik wilde diegene zijn die men met respect benaderde. Zodoende verviel ik al snel in hard drugsgebruik, dit maakte me kapot en er heerste veel verwarring in me. Ik had geen enkele toekomstdroom meer en ik geloofde dat het goede, de rechtvaardigheid en de waarde van de liefde niet meer bestonden. Toen mijn ouders ontdekten wie ik geworden was, konden ze het niet geloven! Ik had hen ontgoocheld en voor de allereerste keer zag ik mijn vader huilen. Hij had hulp gezocht in het gebed en toen mijn ouders de Gemeenschap leerden kennen, hebben ze naar de goede raad van de andere ouders geluisterd; en hoewel dit met veel moeite gepaard ging, hebben zij op een duidelijke en "harde" wijze vastgehouden aan de genomen beslissing om mij naar de Gemeenschap te zenden!

Vandaag geloof ik dat dit het grootste geschenk is dat ze me ooit hebben kunnen geven. Ik had zoveel dingen in het leven, maar ik ontdekte dat ik het allerbelangrijkste miste: de vriendschap met God. Uit het diepste van mijn hart dank ik de jongens die mij verwelkomd hebben toen ik aan de poort van de Gemeenschap aankwam. Vol enthousiasme begon ik mijn weg want ik voelde dat wat mij werd voorgesteld datgene was waar ik altijd al naar op zoek was geweest. Beetje bij beetje werkte ik aan de wederopbouw van mijn karakter, stelde ik me open voor de ontmoeting met de anderen, voor het vertrouwen, voor de stilte, voor het echte leven. Ik was gefascineerd en nieuwsgierig om God te leren kennen. Veel mensen zeiden tegen me dat je leven "al knielend" verandert, dat met het gebed de wonden van je hart geheeld worden, en ook ik begon dat te ontdekken. Terwijl ik me voor het Heilig Sacrament bevond, leerde ik naar mezelf en naar wat ik beleefde te kijken met de ogen van God. Hoewel mijn verstand me ertoe bracht vanuit mijn trots te leven, me ervan weerhield om te begrijpen waarom ik dingen moest doen die me zinloos leken, ik niet kon accepteren wat me gezegd werd met het excuus dat "ik anders was dan de anderen"... toch kon ik, op het moment dat ik me voor Jezus bevond, niet vals spelen.

Soms heb ik nog angst om de waarheid te zeggen aan de anderen, om iemand te zijn die weet hoe hij een offer kan brengen, erom kan vragen, die weet hoe te lijden voor het goede.. maar juist dit "probleem" helpt me het belang van het gebed begrijpen. Afgelopen zomer was ik één van de deelnemers van de "recital" en zodoende kreeg ik de kans om heel wat geloofservaring op te doen: in Medjugorje, op de Wereldjongerendagen in Madrid, in Krakow ...

Ik besefte hoe kostbaar de levensstijl is die de Gemeenschap mij biedt, want het is juist deze manier van leven die de Kerk wil voor de jongeren: leven in verbondenheid, in waarheid, geworteld zijn in het geloof en een oprechte vriendschap hebben met Jezus zodat we onderling een echte vriendschap kunnen beleven. Wat is het bijzonder om dit elke dag gratis te mogen ervaren. Vandaag is het mijn wens om anderen te laten voelen dat God hen liefheeft, om een ​​goed mens te worden, in staat te zijn om lief te hebben en vertrouwen te hebben in hen die van mij houden. Ik dank de Gemeenschap en moeder Elvira die me opnieuw opgevoed hebben tot een waarachtig en goed mens en voor alle geschenken die ik onderweg heb ontvangen. Dank u, Jezus, voor de bekering van mijn familie, voor alle vrienden die ik vond en voor de vreugde om me bemind te voelen. Denis