Pedro

pedro


Mijn naam is Pedro, ik ben tweeëndertig jaar en het is met immens veel vreugde in mijn hart dat ik met jullie deel over de verrijzenis die Christus, langsheen de Gemeenschap, in mijn leven bewerkstelligt.

Ik kom uit een klein stadje in de staat Sao Paulo, Brazilië. Als kind was ik altijd vrolijk, en ik  voelde me geliefd in mijn familie. Mijn ouders waren een echte eenheid en hebben er alles aan gedaan om ons de beste opvoeding en een evenwichtige omgeving te geven. Beiden streefden ernaar om aanwezig te zijn bij alles wat ik deed, op school en bij dagelijkse activiteiten.

Toen ik twaalf was, kreeg mijn vader tijdens de vakantie een hartaanval: zijn dood heeft mij en ons hele gezin diep geschokt. Vanaf dat moment is alles veranderd. Mijn moeder sloot zich op in haar werk, ik zag haar nog amper tijdens de dag en ik vulde deze leegte met materiële zaken. Mijn broer ging de weg van de drugs op en sloot me buiten zijn leven. Niets had nog zin voor mij, ik leed onder de verdeeldheid in ons gezin en zat met veel onbeantwoorde vragen.

En daar ontstond de drang om te ontsnappen aan al dat verdriet: op school kwam ik in aanraking met alcohol en drugs, en ik voelde me blij met het gevoel van "plezier" dat ik erdoor ervoer; ik vergat mijn problemen, het werd mijn toevluchtsoord. Ik maskeerde angsten, wonden en verdriet door een nep-Pedro te presenteren. Een Pedro die in zijn binnenste niet gelukkig was, maar niet de kracht had om uit de tunnel te klauteren waarin hij gevallen was.

Ik heb zoveel kwaad, rebellie en woede gekend. Ik dacht enkel aan me drogeren, zodat ik de realiteit niet onder ogen hoefde te zien. Dit heeft zo’n tien jaar van mijn leven geduurd. Ik vergat de waarden die mijn ouders me hadden geleerd, ik had geen dromen meer en het kon me niet meer schelen of ik leefde of dood was. Huilend en met de drugs in mijn handen vroeg ik mijn moeder om hulp en startte met een aantal therapieën, die echter geen resultaat opleverden.

Toen vertelde een tante me over de Gemeenschap Cenacolo. In het begin leek het me allemaal heel vreemd en bij de intakegesprekken nam ik het niet au serieux dat ik mijn leven echt kon veranderen. Ik deed een paar "proefdagen" in de fraterniteit van Jaù.

Ik merkte dat de jongens daar anders waren dan de vrienden die ik had. Zij hadden een echte glimlach, hun ogen straalden leven uit, brachten leven over ... er was hoop op die plek.

Ik dacht eraan om zes maanden te blijven, de gemoederen wat tot rust te laten komen en dan weer te vertrekken. In die maanden ontmoette ik mensen die zonder enige bezoldiging voor me zorgden, hardop baden en tijd doorbrachten in de kapel; die me de waarheid vertelden en me wilden helpen: ze geloofden in het leven dat ze leefden en ze geloofden in mijn leven.

Dit alles heeft me veranderd: ik voelde me “omarmd”, innerlijk sterker en had de wil om aan mezelf te werken. Mijn hart voelde lichter, minder bezwaard, en ik had een glimlach op mijn gezicht. Zo ontdekte ik de kracht om deze weg voort te zetten en mezelf te laten leiden, vertrouwend op de Gemeenschap.

Ik zei tegen mijn moeder dat ik nog niet zo vlug naar huis zou terugkeren, dat ik had begrepen wat ik aan het doen was. Ik kon haar om vergeving vragen en haar alles vertellen wat in mijn hart leefde.

Ik heb onderweg veel moeilijkheden en groei meegemaakt. Dit alles bleek heel nuttig om nadien te begrijpen wat er in mij moest veranderen. Ik woonde twee jaar in de fraterniteit "San Francesco di Assisi" in Jaù, in de staat San Paolo in Brazilië, in mijn land, waar ik levensvreugde leerde kennen. Ik heb geleerd deze te beleven door offers te brengen, en vond ze ook in kleine en eenvoudige alledaagse dingen. In Jaù ontdekte ik dat Jezus elke dag met mij op weg gaat en vecht, en dat ik belangrijk ben in Zijn ogen.

Ik heb er begrepen dat de levenslessen en het eenvoudige leven dat de Gemeenschap me aanbood, heel kostbare zaken waren, en dat ik ze mijn hele leven zou moeten toepassen. Ik leerde met mijn hart te bidden en erop te vertrouwen dat het Heilig Sacrament van Jezus mij geneest en leidt.

Vervolgens werd ik overgeplaatst naar Argentinië, waar ik twee jaar ben geweest. Daar heb ik veel stappen ondernomen en zag ik dat de Gemeenschap een geschenk van God was.

Ik kreeg de gelegenheid om drie maanden in Italië door te brengen, deel te nemen aan het Feest van het Leven, om veel goede mensen van over de hele wereld te ontmoeten die helpen opdat dit werk van God kan blijven doorgaan.

Ik heb Moeder Elvira ontmoet! Ik heb haar bedankt voor haar leven, voor haar moed en voor de liefde die zij voor ons geeft. Moeder Elvira ontmoeten was een geschenk van God, haar omhelzen en haar in de ogen kijken, hielp me te begrijpen dat ik het voorrecht heb om in de Gemeenschap te leven.

In het huis “Santa Teresinha" in Brazilië ontmoette ik geweldige mensen en kwam ik heel dicht bij gebed en bij God. Daar ontstond het verlangen om me nog meer geven aan de jongens die dat nodig hadden. Doorgeven wat ik heb geleerd, vechten voor wat ik geloof, tijd vinden om te bidden, de glimlach en inspanning zien van een jonge jongen die binnenkomt en knokt voor zijn leven: dit alles vervult mijn hart met vreugde.

Ik heb goede vriendschappen mogen meemaken en de voorbije maanden heb ik een meisje ontmoet dat een nieuw en zuiver gevoel in mij liet geboren worden. Het helpt me beter te worden en doet me groeien in vertrouwen in God, alsook in de momenten dat ik “geknield” voor het Heilig Sacrament zit.

Zoveel mooie momenten, zoveel groei, zoveel ware knuffels, zoveel momenten dat ik Jezus levend aan mijn zijde heb gevoeld!
God bestaat, ik heb Hem werkelijk leren kennen in de Gemeenschap! Hij heeft mijn leven veranderd en ervoor gezorgd dat ik transformeerde in een goede man. Vandaag wil ik leven om Zijn wil te doen! Dankjewel, Pedro