WJD PANAMA: homilie slotviering!

banner gmg

 

De HEILIGE MIS VOOR DE WERELDJONGERENDAG
HOMILIE VAN PAUS FRANCISCUS - SLOTMIS WJD 2019 PANAMA

Campus Heilige Johannes Paulus II - Metro Park (Panama)
Zondag, 27 januari 2019

“Voel dat ge een zending hebt en wordt er verliefd op”: dat is de oproep van paus Franciscus op deze 27° januari, aan de 700.000 jongeren die deelnemen aan de 34e WereldJongerendagen in Panama: “Wij kunnen alles hebben, maar als de geestdrift van de liefde ontbreekt, zal alles ontbreken … ”.
“Dierbare jongeren, u bent niet de toekomst maar het uur van God. Hij roept u samen en roept u op in uw gemeenschappen en steden … om op te staan en het woord te nemen … en de droom te verwezenlijken die de Heer voor u gedroomd heeft. Dierbare broeders, de Heer en Zijn zending zijn geen tussendoortje in ons leven, iets voorbijgaand, geen WereldJongerendag … Zij zijn ons leven”, dit zegt de paus op deze laatste dag tijdens de zondagsmis met de jongeren, in het Campo San Juan Pablo II, in het Metro Park. De paus kwam aan in papamobiel en werd onder een zomerzon onthaald door een vlaggenzee uit heel de wereld.
In zijn homilie deed de paus opmerken dat “wij niet altijd geloven dat God zo concreet en zo dagelijks kan zijn, zo nabij en zo reëel, en nog minder dat Hij aanwezig komt en werkt via een bekende, zoals een buur, vriend of ouder … Wij verkiezen een God op afstand: mooi, goed, edelmoedig, maar op afstand, een God die niet stoort. Want een nabije en dagelijkse God, een vriend en broeder, vraagt ons nabijheid te leren in het dagelijks leven, en vooral broederlijkheid”.
De paus waarschuwt voor de idee dat zending, roeping, “slechts een belofte zijn voor de toekomst en niets te maken hebben met het heden”: “Alsof jong zijn, synoniem is van een wachtzaal voor wie zijn uur afwacht. En ondertussen vindt u of vinden wij een toekomst uit die hygiënisch en mooi verpakt is,  zonder consequenties, goed bewapend en gewaarborgd, en goed verzekerd. Een fictie van wat vreugde is”.
“Wij kalmeren u en laten u inslapen, zodat u geen lawaai maakt, zodat u niets van uzelf vraagt en u evenmin iets vraagt, zodat u zichzelf niet in vraag stelt noch iets in vraag stelt. En in deze tussentijd, verliezen uw dromen hoogte, beginnen zij in te sluimeren en worden dromerijen, kleingeestig en triest, alleen omdat wij, of u, vinden dat het nog niet uw uur is, dat er genoeg jongeren zijn die zich morgen impliceren, morgen dromen en morgen werken.”

Homilie van paus Franciscus

“In de synagoge waren aller ogen gespannen op hem gevestigd. Toen begon Hij hen toe te spreken: ‘het Schriftwoord dat gij zojuist gehoord hebt, is thans in vervulling gegaan’.” (Lc 4, 20-21)

Zo presenteert het Evangelie ons het begin van de publieke zending van Jezus. Dat heeft plaats in de synagoge die Hem zag opgroeien. Hij is omringd door kennissen en buren en misschien zelfs enkele catechisten uit Zijn kindertijd die Hem in de wet onderricht hebben. Een belangrijk ogenblik in het leven van de leraar, wanneer een kind dat in de schoot van die gemeenschap opgeleid werd en opgroeide, opstaat en het woord neemt om Gods droom aan te kondigen en van kracht te maken. Een woord dat alleen verkondigd werd als een belofte voor de toekomst maar in Jezus’ mond kan gesproken worden in het heden, omdat het in Jezus alleen, werkelijkheid wordt: “thans is in vervulling gegaan” (cf. v. 21).

Jezus maakt het uur van God bekend die ons tegemoet komt en oproept om deel te nemen aan Zijn uur “om aan armen te Blijde Boodschap te brengen, aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken, en aan blinden, dat zij zullen zien; om verdrukten te laten gaan in vrijheid, om een genadejaar af te kondigen van de Heer” (vv. 18-19). Dit is het uur van God dat met Jezus aanwezig komt, een gezicht krijgt, vlees wordt, het is de barmhartige liefde die geen ideale of perfecte situatie afwacht om zich te manifesteren en geen excuses tot uitstel aanvaardt. Hij, Hij is de tijd van God die elke situatie en elke ruimte gerechtvaardigd en geschikt maakt. In Jezus begint de beloofde toekomst en krijgt zij leven. Wanneer? Nu.

Maar niet al degenen die daar naar Hem luisterden, voelden zich uitgenodigd of samengeroepen. Niet alle inwoners van Nazaret waren bereid te geloven in iemand die zij al kenden en hebben zien opgroeien en die hen nu uitnodigt een droom in werking te stellen waarop zij zozeer gehoopt hadden. Ze zeiden zelfs: “is dat dan niet de zoon van Jozef?” (v. 22).

Hetzelfde kan ook ons overkomen. Wij geloven niet altijd dat God zo concreet en dagelijks kan zijn, zo nabij en zo reëel, en nog minder dat Hij aanwezig komt en werkt via een bekende, zoals een buur, vriend of ouder. Wij geloven niet altijd dat de Heer ons uitnodigt met Hem mee te werken en onze handen vuil te maken voor Zijn koninkrijk, zo simpel maar ook zo krachtig. Het kost ons moeite te aanvaarden dat “de Goddelijke liefde concreet en bijna tastbaar wordt in de geschiedenis met al haar bittere en glorievolle gebeurtenissen” (Benedictus XVI, Algemene audiëntie, 28 september 2005).

Het gebeurt dikwijls dat wij ons gedragen als de inwoners van Nazaret en een God op afstand verkiezen: mooi, goed, edelmoedig, maar op afstand, een God die niet stoort. Want een nabije en dagelijkse God, een vriend en broeder, vraagt ons nabijheid te leren in het dagelijks leven, en vooral broederlijkheid. Hij heeft zich niet op een engelachtige of spectaculaire manier willen tonen, maar wou ons een broederlijk, vriendschappelijk, concreet en vertrouwelijk gelaat tonen. God is reëel omdat liefde reëel is, God is concreet omdat liefde concreet is. En juist “dit concrete karakter van de liefde is één van de essentiële elementen van het christenleven” (Benedictus XVI, Homilie 1 maart 2006).

Wij kunnen ook dezelfde risico’s lopen als de inwoners van Nazaret, wanneer het Evangelie in onze gemeenschappen concreet leven wil zijn en wij beginnen zeggen “maar zijn die jongens daar niet de kinderen van Maria, van Jozef, zijn zij niet de broers van … zijn dat niet de jongeren die wij helpen opgroeien … Die daar, is dat niet degene die altijd de ramen brak met zijn bal”. En wat ontstond om een profetie te zijn en een aankondiging van het Rijk Gods, eindigt geketend en verarmd. Het woord Gods willen ketenen, is iets van alledag.

 Dierbare jongeren, hetzelfde kan ook u overkomen, telkens u denkt dat uw zending, uw roeping, zelfs uw leven slechts een belofte is voor de toekomst en niets te maken heeft met het heden. Alsof jong zijn, synoniem is van een wachtzaal voor wie zijn uur afwacht. En ondertussen vindt u of vinden wij een toekomst uit die hygiënisch en mooi verpakt is, zonder consequenties, goed bewapend en gewaarborgd, en goed verzekerd. Een fictie van wat vreugde is. Zo kalmeren wij u en laten u inslapen, zodat u geen lawaai maakt, zodat u niets van uzelf vraagt en u evenmin iets vraagt, zodat u zichzelf niet in vraag stelt noch iets in vraag stelt. En in deze tussentijd, verliezen uw dromen hoogte, beginnen zij in te sluimeren en worden dromerijen, kleingeestig en triest (cf Homilie van Palmzondag, 25 maart 2018), alleen omdat wij, of u, vinden dat het nog niet uw uur is; dat er genoeg jongeren zijn die zich morgen impliceren, morgen dromen en morgen werken.

Eén van de vruchten van de voorbije synode was de rijkdom elkaar te kunnen ontmoeten en naar elkaar te luisteren. De rijkdom dat generaties naar elkaar luisteren, de rijkdom met elkaar uit te wisselen en de waarde van elkaar nodig te hebben, zich inspannen om kanalen en ruimten te creëren waar men vanaf vandaag, droomt en werkt voor morgen. Niet geïsoleerd, maar samen, en daarvoor een gemeenschappelijke ruimte scheppen. Een ruimte die niet door de loterij geschonken wordt of die daar gewonnen wordt, maar een ruimte waarvoor u ook moet vechten.

Want, dierbare jongeren, u bent niet de toekomst maar het uur van God. Hij roept u samen en roept u op in uw gemeenschappen en steden om op zoek te gaan naar uw grootouders, uw oudsten; om op te staan en met hen het woord te nemen en de droom te verwezenlijken die de Heer voor u gedroomd heeft. Niet morgen, maar nu, want waar uw schat is daar zal ook uw hart zijn (cf Mt 6,21); wat u verliefd maakt, steekt niet alleen uw verbeelding aan, maar alles: wat u ’s morgens doet opstaan en u stimuleert in momenten van ontmoediging, wat het hart  breekt en wat u vervult met verwondering, vreugde en dankbaarheid. Voel dat ge een zending hebt en wordt er verliefd op, dat is voor alles beslissend (cf Pedro Arrupe, S.J., Nada es más práctico). Wij zullen alles kunnen hebben, maar zonder de geestdrift van de liefde, ontbreekt alles. Laten wij ons door de Heer beminnen!

Jezus is geen tussendoortje, maar een barmhartige liefde die zich verlangt te nestelen en het hart veroveren. Hij wil onze schat zijn omdat Hij in het leven geen tussendoortje of voorbijgaande mode is, Hij is de liefde die gave is en uitnodigt zich te geven. Hij is concrete, nabije, reële liefde. Hij is de feestvreugde die ontstaat als men keuzes maakt en deelneemt aan de wonderbare visvangst van de hoop en de naastenliefde, solidariteit en broederlijkheid tegenover verlamde en verlammende blikken door vreesachtigheid en uitsluiting, speculatie en manipulatie.

Dierbare broeders, de Heer en Zijn zending zijn geen tussendoortje in ons leven, iets dat voorbijgaat. Zij zijn ons leven! Deze dagen heeft het fiat van Maria ons op een bijzonder manier als achtergrondmuziek begeleid. Zij heeft niet alleen in God en Zijn beloften geloofd als een mogelijkheid, Zij heeft door haar geloof in God durven ja zeggen en deelnemen aan dit uur van de Heer. Zij heeft gevoeld dat Zij een zending had, Zij is erop verliefd geworden en dat was beslissend voor alles.

Zoals in de synagoge van Nazaret, staat de Heer opnieuw op in ons midden, tussen Zijn vrienden en kennissen, om het boek te nemen en ons te zeggen: de passage uit de Schrift die u zojuist gehoord hebt, komt vandaag tot vervulling,. Wilt u de verwezenlijking van Zijn liefde meemaken? Moge uw ja de toegangsdeur blijven opdat de Heilige Geest een nieuw Pinksteren aan de wereld en de Kerk zou schenken.

(vert. Maranatha-gemeenschap) (ZENIT.org)

Laatste groet

Aan het einde van deze viering dank ik God dat Hij ons de gelegenheid heeft gegeven om deze dagen te delen en deze WereldJongerendag opnieuw te beleven.

In het bijzonder wil ik de president van Panama, Juan Carlos Varela Rodríguez, bedanken voor zijn aanwezigheid op deze viering, evenals de voorzitters van andere naties en andere politieke en burgerlijke autoriteiten.

Ik dank Mons. José Domingo Ulloa Mendieta, aartsbisschop van Panama, voor zijn beschikbaarheid en zijn goede krachten om deze Dag in zijn bisdom te verwelkomen, evenals de andere bisschoppen van dit land en in de buurlanden, voor alles wat zij in hun gemeenschappen hebben gedaan om onderdak te bieden en veel jonge mensen te helpen.

Dank aan alle mensen die ons gesteund hebben met hun gebeden en die hebben samengewerkt met hun inzet en hun werk om de droom van de WereldJongerendagen in dit land waar te maken.

En voor u, beste jonge mensen, een geweldige "dank u". Jullie geloof en jullie vreugde hebben Panama, Amerika en de hele wereld doen trillen. Zoals we in deze dagen vaak hebben gehoord in de hymne van deze dag: "Wij zijn pelgrims die hier vandaag komen uit continenten en steden". We zijn onderweg: blijf lopen, blijf het geloof beleven en delen. Vergeet niet dat jullie niet “morgen” bent, niet het "ondertussen", maar de tijd van God.

De locatie voor de volgende WereldJongerendaeng is al bekend. Ik vraag jullie om datgene dat jullie deze dagen hebt meegemaakt niet te laten afkoelen. Keer terug naar je parochies en gemeenschappen, naar je families en je vrienden, geef door wat je hebt ervaren, zodat anderen kunnen trillen met de kracht en concrete hoop die jullie hebben. En met Maria, blijf "ja" zeggen tegen de droom die God in jou heeft gezaaid.

En vergeet alsjeblieft niet voor mij te bidden.

(bron: www.vatican.va)