jana1


Mijn naam is Jana en ik kom uit Tsjechië, mijn lijden heeft me naar de Gemeenschap gebracht, ik was diep gekwetst vanaf mijn kindertijd. Ik kom uit een gezin dat uit een vader, moeder en vier broers bestaat: mijn moeder is verpleegster, gelovig en pratikerend, zij gaf het geloof door, leerde ons om niet te stelen, niet te liegen en geen kwaad te doen; aan de andere kant was mijn vader, niet-gelovig en altijd dronken, hij bracht vele jaren door in de gevangenis en hierdoor leerde hij ons het tegenovergestelde te doen. Ik zag het geloof van mijn moeder, maar ik zag haar altijd verdrietig en huilend… en van kindsbeen af zag ik mijn vader “gelukkig”, zich amuserend en enkel datgene doend dat hij wou, dus ik besloot zijn pad te volgen.

Ik herinner me dat er in ons gezin heel veel agressie en verdeeldheid was. Mijn vader leerde ons onze eer te verdedigen door diegenen die ons provoceerden aan te vallen. Wij kinderen groeiden alleen en zonder onderwijs op, we deden wat we wilden; het lijden dat we thuis beleefden, verenigde ons in het kwaad, ook buitenshuis. Ik ben opgegroeid in bars met mijn vader en zijn slechte vrienden. Op school was ik intelligent, creatief en zeer gewaardeerd door mijn klasgenoten, maar thuis kon ik nooit huiswerk maken omdat daar altijd een gewelddadig klimaat heerste en daarvoor heb ik nooit een vriendin uitgenodigd.

Alsmaar meer sloot ik me in mezelf op en droeg ik “masker op masker"; Ik werd door iedereen beschouwd als een moedig, sterk en vrij meisje, dat iedereen blij maakt en iedereen verdedigt. In het “onderwijs” dat mijn vader me doorgaf, was er ook dat van het exploiteren van mijn schoonheid om te krijgen wat ik wilde. Ik heb ook ervaren dat geld in deze wereld macht geeft: toen ik er heel veel had, was ik omringd door veel mensen; toen ik zonder zat, verdween iedereen en lieten ze me alleen en teleurgesteld achter.

Op een avond bood een vriendin me drugs aan en uit angst voor haar oordeel liet ik haar geloven dat het niet de eerste keer was, maar dat was het niet. Ik dacht dat ik eindelijk het “medicijn” had gevonden dat in staat was al mijn lijden te stillen, maar al snel raakte alles in het gedrang: de school, het gezin, mijn verlangens.

Ik stopte met studeren en begon te werken, ik wilde geld verdienen. Ik voelde me volwassen, zonder een scholastieke kwalificatie en met de documenten die mijn vele arrestaties signaleerden. Dus besloot ik om in het "zwart" te werken met mensen die vreemde “kronkels” hadden. Ik verdiende veel geld dat, samen met drugs, het middelpunt van mijn leven was geworden. Ik verloor de controle over alles, ik at of sliep dagen niet, ik stal, vertelde leugens, was nergens bang voor, erg agressief, ik kende geen grenzen meer, was nergens meer tevreden over.

In die tijd kwamen de gerechtsdeurwaarders thuis om alles in beslag te nemen. De familie was verdeeld: ik, mijn jongere broer en mijn vader die op straat was terechtgekomen. En in die dagen herinnerde ik me de woorden van mijn moeder: "Als je niet weet wat je moet doen, bid dan." En dat hebben we ook gedaan.

Op dat moment luisterde God naar onze gebeden en hielp ons om werk, een huis en documenten te vinden. Ik dankte de Heer, ik nam alles en voelde me opnieuw als een gezin, maar al snel viel ik dieper terug in drugs en werd het compleet verslavend: ik had zelfs geen angst meer voor de dood. Ik zal me altijd de nacht herinneren dat ik tegen God schreeuwde. Ik viel op mijn knieën en opende mijn hart, bloedend, vol pijn, en huilde na vele jaren als een kind.

’s Morgens kreeg ik een telefoontje van mijn oudere broer, degene met wie ik alle contact had verbroken: hij vroeg of ik hulp nodig had; Ik “trok mijn trots in” en antwoordde ja. Die "ja" heeft het pad van mijn redding gevormd.

Ik werd naar een dokter gebracht die me over de Gemeenschap vertelde en me een boek gaf: "De parels uit een gewond hart" door Broeder Slavko. Terwijl ik het las, ontstond in mijn hart de hoop op een ander leven dat ik absoluut wilde ervaren. Daarom vertrok ik met een pelgrimstocht naar Medjugorje zonder enig idee te hebben van wat me te wachten stond of waar ik naartoe ging. Toen ik de top van Podbrdo bereikte, ontmoette ik Maria ... eindelijk! Ze liet me God kennen via haar barmhartigheid en ik voelde dat alles mij was vergeven, en daar, op dat moment, vond mijn bekering plaats.

Later ontmoette ik de Gemeenschap en werd mij de weg gewezen. Na zes maanden van (intake)gesprekken en vele worstelingen vertrok ik eindelijk naar de Fraterniteit in Mogliano Veneto. Toen ik eenmaal mijn weg was begonnen in de Gemeenschap, realiseerde ik me hoe gekwetst, boos, agressief ik was en werd ik getroffen door mijn "beschermengel", Pavlina, die weerstand bood, bad, met me streed en van me hield. Zittend voor het Heilig Sacrament van Jezus begreep ik dat ik mezelf, mijn familie en al diegenen die me pijn hadden gedaan, moest vergeven. Ik verlangde naar echte vreugde en ik beloofde mezelf om daar niet weg te gaan totdat ik het ontvangen had.

Vandaag ben ik gelukkig omdat ik leef, ik heb opnieuw de betekenis van mijn leven ontdekt; en dit is … beminnen, beminnen, beminnen… en dienen.

Vandaag ben ik blij als ik mezelf geef zonder pretenties of voorwaarden. Ik wil mezelf geven aan verwoeste en wanhopige meisjes zoals ik ooit was. Tijdens mijn weg in de Gemeenschap, door het voorbeeld van de gezinnen en het samenzijn met kinderen, kon ik genezing vinden in de relatie met mijn familie en nu zijn we samen op weg naar verzoening.

Ik ben verliefd geworden op het leven, ik voel een vuur in mij en dat vuur is God, en ik wil niet meer terugkeren naar vroeger. Ik dank mijn familie, met name mijn moeder, en alle zusjes en broers van de Gemeenschap die me hebben verwelkomd, opgevoed en van me hebben gehouden. Dank u, Heer, voor het geschenk van de Gemeenschap en omdat ik me vandaag uw dochter voel. Jana