Jakov

Jakov


"Wat is het mooi dat jij bestaat!": Ik ben erg blij dat ik jullie het verhaal mag vertellen over mijn weg van de duisternis naar het Licht van de Heer. Ik ben Jakov en ik kom uit een klein stadje aan de Kroatische kust. Sinds mijn kindertijd koos ik voor de gemakkelijkste weg, die van het kwaad, maar vandaag zie ik duidelijk en klaar dat ik het lijden nooit "omarmd" heb als onderdeel van mijn dagelijks leven.

Mijn ouders zorgden ervoor dat ik nooit iets tekort kwam. Ik wist niet wat het was om een offer brengen, of om iets te verdienen. Ik heb altijd alles gehad zonder het ooit te waarderen.

Toen ik twaalf jaar was, scheidden mijn ouders en daardoor stortte mijn wereld in elkaar, alles werd somber en triest: ik zag niets positiefs meer en ik zonk weg in grote eenzaamheid. Net op dat moment vertrok mijn oudere zus naar de universiteit en ik was altijd alleen. Ik sloot me op in mezelf. Mijn moeder, die veel werkte, leed aan een depressie en wist niet hoe ze me kon helpen. Ik dacht dat ik wel op mijn eentje uit deze situatie zou geraken, maar dat lukte me niet; ik wou een ander leven waar ik mijn problemen kon vergeten, maar dat vond ik niet.

Ik ging om met mensen die dezelfde problemen hadden als ik: zij gebruikten drugs, dronken en hadden veel geld. Ik was leeg vanbinnen en ik "vulde" mezelf met dingen van de wereld, maar elke dag werd die leegte groter, voelde ik me alsmaar verdrietiger. Op negentienjarige leeftijd had ik geen zin meer om te leven, wou ik sterven. Het enige gebed dat ik bad, was: "God, maak dat ik morgen niet meer wakker word: ik wil dat het hier stopt!".

Vandaag geloof ik dat God mijn gebed heeft gehoord, al reageerde Hij op een andere manier op mijn pijn dan ik had verhoopt. Mijn tante Dessa, die in de Gemeenschap Cenacolo was geweest, had mijn ellende opgemerkt en stelde me voor erheen te gaan. In haar ogen zag ik geloof en zoveel hoop dat alles goed zou komen; haar als een"verrezen" vrouw te zien gaf me de kracht om deze stap te nemen.

En zo begon ik mijn weg in de Gemeenschap, in de fraterniteit "Campo della Vita" in Medjugorje. In eerste instantie leek het me vreemd: ik zag blije, lachende jongens; ze waren aan het werk en ze baden; ze hadden niet veel materiële zaken maar wel een enorme levenswil. Ik zei tegen mezelf: "Er moet een truc zijn!". De jongens stonden me altijd bij en hielpen me helemaal gratis: dit raakte me diep want ik voelde hoe ik opnieuw tot een familie behoorde… tot de familie die ik lang geleden verloren had. Ik voelde me gerespecteerd, gehoord en begrepen, en ik stelde me open voor de anderen. Ik begreep dat God bestaat en dat Hij me helpt via mijn broers; Ik kreeg opnieuw vertrouwen in mezelf dankzij de Gemeenschap die in mij geloofde zoals niemand ooit gedaan had en beetje bij beetje ervoer ik de waarheid van de woorden van Moeder Elvira die zegt: "Wie rechtop wil staan moet in staat zijn om te knielen."

Ik woon in de fraterniteit van Medjugorje waar ze met de hulp van een draagberrie regelmatig mensen met een beperking op de berg van de verschijningen dragen. Deze mensen lijden dikwijls aan een ongeneeslijke ziekte, maar door hen te zien glimlachen, besefte ik hoe belangrijk een goede gezondheid is en leerde ik meer te glimlachen. En blij te zijn op het eind van de dag, voor alles wat ik had meegemaakt: eenvoudige maar echte dingen. 

Terwijl ik op weg was in de Gemeenschap ontving ik het grote geschenk van de Sacramenten: ik ging voor het eerst naar de biecht en voelde me vergeven, bevrijd van de lasten die ik in mijn hart droeg; voelde ik het verlangen om opnieuw te beginnen. De aanwezigheid van Onze Lieve Vrouw heeft me geholpen om te bidden voor mijn familie en één jaar later zag ik mijn moeder voor de eerste keer (glim)lachen. Ik zei tegen mezelf: "God bestaat, Hij is aanwezig in mijn leven, Hij leidt me, Hij bemint me en houdt van me, als een echte vriend en vader." Vandaag ben ik een instrument van God. Ik help de jongens die willen starten in de Gemeenschap. Anderen helpen heeft mij geholpen mijn angsten te overwinnen, los te komen van mijn egoïsme, niet meer opgesloten te zitten in mezelf.

Ik kreeg het geschenk om deel te nemen aan de Bijbelse Musical "Credo" - "de Geloofsbelijdenis" waarin ik de rol van Petrus speelde. Op het podium staan, dat is niet enkel "acteren", dat is het Evangelie "beleven"… en dat heeft veel kwetsuren in me genezen. In de scène van de ontkenning, toen ik zei dat ik Jezus niet kende, toen heb ik echt gehuild bij het kraaien van de haan… terugdenkend aan al die keren dat ik in het verleden Zijn liefde had verraden. En toen Maria me tegemoet kwam en mijn handen vastgreep, toen zei ik tegen mezelf: "Ik kan het wel!" Terwijl ik haar ogen zag, realiseerde ik me dat er een Moeder is die altijd aan mijn zijde staat, die me steunt, die me overeind helpt. Ik heb ook een paar keer teruggedacht aan mijn moeder die me altijd nabij is gebleven in de jaren van mijn "kruisweg".

Vanuit het diepste van mijn hart wil ik God de Vader danken want vandaag aanschouw ik de vruchten van zijn Barmhartigheid in mijn familie: mijn moeder zit niet langer vast in verdriet, maar leeft vanuit vreugde; binnenkort ontvangt mijn vader het Doopsel en mijn zus koestert niet langer de woede tegenover onze vader, ze is sereen. Ik ben in het bijzonder dankbaar omdat ik elke dag, elke ochtend, naar mezelf kan kijken in de spiegel en tegen mezelf kan zeggen: "Wat is het mooi dat jij bestaat!" en dàt is een groot wonder van God! Jakov