Elzbieta

Elzbieta


Mijn naam is Elzbieta en ik kom uit Polen. Als ik terugdenk aan mijn leven dan zou ik er niets aan veranderen want de vreugde en het lijden die ik ervaren heb, hebben ervoor gezorgd dat ik vandaag een verrezen vrouw ben: vol van de gaven van God, met een enorme levenswil en altijd onderweg.

Mijn vader had de slechte gewoonte om te drinken, maar ondanks al zijn armoede heeft hij, samen met mijn moeder, altijd geprobeerd om goede, christelijke waarden door te geven aan mijn zus en mezelf. Hij heeft ons altijd alles gegeven wat we nodig hadden. De verslaving van mijn vader liet veel diepe wonden achter; wonden die door niets of niemand te genezen zijn. Als kind was ik altijd erg gesloten; ik deed erg veel moeite om contact te maken met de anderen, maar ik voelde me altijd inferieur aan hen. Toen ik op de middelbare school startte, besloot ik dat ik de "nummer een" moest zijn, de beste, want ik wilde me belangrijk voelen. Maar terwijl ik me vergeleek met mijn klasgenoten, vond ik altijd iemand die beter was dan mezelf. Ik vergeleek me ook enorm met mijn oudere zus. Volgens mij was zij de perfecte dochter: een goede student, mager, lang, spontaan, iemand die makkelijk contact maakt met anderen en die alle aandacht kreeg van onze ouders. Ik, daarentegen, ik voelde me een "puinhoop", altijd de tweede, zoveel minder dan haar. Deze gedachte stoorde me, het was een kwelling voor me. En vanaf dat moment werd ik opstandig. En ik besloot het volgende: als ik niet de beste kon zijn in goede dingen, dan zou ik dit zijn in slechte. Ik begon te drinken, te roken, bezocht de verkeerde plaatsen en ontmoette de verkeerde vrienden. Enkel en alleen om aandacht te krijgen van anderen. Door de financiële moeilijkheden thuis was mijn moeder verplicht om te gaan werken in Italië. Zodoende had ik alle vrijheid, kon ik doen en laten wat ik wou! In die periode maakte ik de zwaarste tijd van mijn leven mee: ik begon voedsel te weigeren; en zo verviel ik eerst in anorexia en vervolgens in boulimia. Toen mijn familie ontdekte dat er iets mis was met me, dat ik alsmaar zwakker werd en zij beseften dat ik dood kon gaan, probeerden ze me me te helpen met de hulp van psychologen en psychiaters. Een tijdje leek het of alles weer tot rust gekomen was. Ik begon weer te studeren, vond een goede baan, had "gezonde" vrienden, met andere woorden: ik had mijn oude leven achter me gelaten. Alles leek in orde te zijn, er waren geen problemen meer. Mijn familieleden geloofden dat ik eindelijk mijn levensvreugde had gevonden. Maar helaas, niets was minder waar. Na een poosje begon ik alsmaar meer te lijden door de wonden die nog niet genezen waren. Dit had tot gevolg dat ik opnieuw in de val van het kwaad ben terechtgekomen: werk, geld, alcohol, leven op straat.

Deze keer was het mijn zus die aan de alarmbel trok en hulp zocht. Ze herinnerde zich de Gemeenschap Cenacolo die we enkele jaren eerder hadden leren kennen in Medjugorje, en ze stelde me voor om er naartoe te gaan. Op dat moment was ik mijn werk kwijtgeraakt en wilden mijn vrienden niets meer te maken hebben met mij noch met mijn familie. Maar wat me nog het meest van al heeft overtuigd om mijn manier van leven te veranderen is die ene nacht waarin ik bijna het leven liet op straat. Mijn moeder heeft altijd voor mij gebeden, ze heeft me nooit de rug toegekeerd. Ze ging op zoek naar me, al had ze geen flauw idee waar ik was. Ze heeft me gevonden en bracht me terug thuis! Toen ik weer bij bewustzijn kwam, voelde ik me "dood", levensmoe. Een maand later ben ik naar de Gemeenschap Cenacolo gegaan.

In eerste instantie geloofde ik niet dat een ordelijk en gedisciplineerd leven, in combinatie met gebed, me zou kunnen bevrijden van mijn problemen. Maar met de hulp van mijn "zusjes" besefte ik beetje bij beetje dat ik moest werken aan mijn "innerlijke" om te genezen. Op die manier kon ik de echte reden, de echte oorsprong, van mijn ellende ontdekken. Ik dank de meisjes die me geleerd hebben om neer te knielen voor het heilig Sacrament. Daar leerde ik, met de hulp van de Heer en het gebed, om te "graven" in mijn binnenste. Zelfs nu gebeurt het nog regelmatig dat ik bang ben voor datgene dat ik zal vinden. Zo vaak heb ik geen zin om de woede, de haat, het geweld, de jaloezie, ... te zien en toch heb ik de zekerheid dat Jezus dit alles verandert in liefde, vrede, vergeving, barmhartigheid.

Toen ik toekwam in de Gemeenschap was mijn hart een ijsklomp: ik had geen gevoelens meer. Mijn gelaat had altijd dezelfde uitdrukking, zowel in momenten van vreugde als in die van pijn en lijden. Jarenlang hield ik het "kraantje" van mijn tranen gesloten. Dit was mijn verdediging, zo kon ik doen alsof ik niet aan het lijden was. Terwijl ik op weg was in de Gemeenschap mocht ik ontdekken dat de Heer me een prachtig hart heeft gegeven, vol goedheid en grootmoedigheid; een hart dat zich kan verheugen maar ook kan lijden; een hart dat in staat is om te beminnen en om bemind te worden. Ik ontdekte dat Jezus mijn beste vriend is! Alles wat ik beleef en wie ik ben, dit alles mag ik aan Hem toevertrouwen. Hij stelt me nooit teleur, want als God me heeft geschapen naar zijn beeld, dan ben ik heel kostbaar in zijn ogen. In het dagelijks leven word ik nog heel gemakkelijk boos, toon ik de negatieve kanten van mijn karakter, welke ik liever niet meer zou hebben, nog aan de anderen… Maar als ik naar de kapel ga en ik kijk naar Jezus en Maria, dan voel ik dat Zij mijn hart veranderen. Zij laten me zien waar ik fout zat en ze helpen me zodat ik hiervoor vergiffenis zal vragen, me zal verontschuldigen bij de anderen. Vanuit mijn trots is dat niet gemakkelijk, maar in de kapel vind ik rust. En ik merk dat ik haar met een liefdevoller, zachter en barmhartiger hart weer kan verlaten.

Sinds een jaar heb ik de grote en kostbare genade gekregen om te mogen leven in de fraterniteit van Lourdes. Vanaf het ogenblik dat ik daar aankwam, is Maria beginnen "werken" in mijn goed "verborgen" en nog niet genezen kwetsuren. Ze plaatst me voor mensen en situaties die me laten zien hoe "arm" ik nog ben, hoe ik moet groeien in nederigheid, in het vragen van hulp, in het besef dat ik anderen nodig heb in mijn leven…

Vanaf de eerste dag dat ik in de Gemeenschap ben toegekomen, heb ik bijna elke dag voor mijn vader gebeden opdat de Barmhartigheid ook hem zou mogen bereiken en hem zou kunnen helpen om zijn leven te veranderen. Na bijna zes jaar van gebed en offers van onze hele familie is mijn vader een paar maanden geleden gestopt met drinken. Voor Jezus bestaat er geen fout, verslaving of kwetsuur die niet kan worden genezen! Ik dank de Gemeenschap omdat zij me geleerd heeft om de gave van het leven te waarderen. Ik dank de Heer omdat Hij mij heeft gered. Ik wil geen enkele kans meer voorbij laten gaan om te beminnen, lief te hebben, want elk moment is uniek en kostbaar! Elzbieta